Column for http://www.cip.nl

Waarom lukt het ons niet om in Nederland buitenkerkelijken te winnen voor het Evangelie? Dat is een vraag die ons allen bezighoudt. Natuurlijk gaat het niet alleen om Nederland, maar het Westen in het algemeen. De kerk verliest terrein, wordt dus kleiner en daarmee wordt de wereld groter. Het verschil tussen kerk en wereld lijkt ook steeds groter te worden. Sommige kerken zijn daar trots op; andere kerken proberen het verschil klein te maken door het op te heffen. Wereldgelijkvormigheid is het antwoord. Dan is er geen verschil meer, maar ook geen kerk om je druk over te maken. Dan is de kerk opgegaan in buitenkerkelijkheid en is dat de enige realiteit die er is. Dan is er geen kerk meer en ook geen probleem.

 

Er is ook een andere benadering die de kerk weliswaar zichtbaar maakt maar tegelijk ontoegankelijk laat zijn. In het bereiken van buitenkerkelijken zijn we er vooral op gebrand om de buitenkerkelijken binnenkerkelijk te maken. Ze moeten onze taal gaan spreken, onze kleren dragen en zich aan ons gedrag aanpassen. Zo doen wij dat nu eenmaal in de kerk. We zeggen wel allemaal dat we toch vooral volgelingen van Jezus willen maken, maar in de praktijk scoren we brave kerkgangers. Of beter, we scoren niks, want dat is het probleem waar deze column over gaat. We leggen mensen een bepaald stramien op, een cultuur die zo ontzettend anders is dan die van de wereld om ons heen (in evangelische hoek net zo erg als bij de reformatorischen). Waar onze vastgeroeste gewoonten voor ons een gevoel van veiligheid geven, steken ze schril af bij de rest van onze samenleving. Ze vormen dus een afweermiddel. We zitten ook met een premodern wereldbeeld opgescheept, terwijl de wereld al twee stappen verder in het postmodernisme aangekomen is. Terwijl wij nog menen dat we absolute waarheid in ons eigen bezit hebben, weet men in de wereld wel beter, al slaat men daar door met radicaal relativisme en pluralisme. Zo komen we niet geloofwaardig over. Ons goede nieuws riekt naar mottenballen. Kortom, onze wereldmijding draagt net zo hard als secularisatie bij aan het groter worden van de kloof.

 

Ik sta een derde benadering voor. De kerk moet binnenwereldlijk worden. Dat is niet hetzelfde als wereldgelijkvormig. Een binnenwereldlijke kerk is een kerk van en voor de wereld. Het is niet perse een postmoderne kerk waar de kerkbanken vervangen worden door bankstellen, of het orgel het aflegt tegen het drumstel. Het is ook niet een kerk die een bepaalde nieuwe filosofie aanhangt of communicatiestrategieën toepast. Het gaat helemaal niet om uiterlijke kernmerken of strategische zetten. Het is kerk van de wereld voor de wereld. Een kerk die midden in de wereld staat. Deze kerk bestaat uit mensen van deze wereld die zich inzetten voor mensen in deze wereld. Het een kerk die voor haar proclamatie het incarnatiemodel toepast. D.w.z. er mag pas een woord klinken in de verkondiging als dat woord ook vlees is geworden in het leven van die kerk. Het komt op daden aan. Het is een kerk die werkelijk Jezus volgt in plaats van hem naar de mond praat. Zo’n kerk is van deze tijd, omdat het de kerk van alle tijden is. Zo’n kerk is binnenwereldlijk op dezelfde wijze als God de wereld liefhad en Jezus in de wereld zond. Uiteindelijk is het zo dat buitenkerkelijken alleen bereikt kunnen worden door binnenwereldlijken. Ze hebben de wereld lief genoeg om hun eigen heilige huisjes (en kerkjes) omver te trappen.

Advertisements