Column for http://www.cip.nl

Mijn beste vrienden in de VS noemen me “the Dutch Bastard”. Ik schud vaak m’n hoofd om ze en zeg dan met Asterix en Obelix “Rare jongens die… Amerikanen”. Het is goedlachse erkenning van de ander als anders. Het is een goede basis voor een dialoog waarin verschillen zowel erkend als overbrugd worden.

Ik ben tot de conclusie gekomen dat de kerk van Christus enorm voordeel zou kunnen hebben bij zo’n dialoog. We kunnen leren van de andersheid van de ander wanneer we de ander de ruimte geven zelf te zeggen wie die is. In de dialoog leren we dat ons eigen oordeel over de ander vaak alleen maar een vooroordeel is. Ook leren we dat onze eigen waarheid verbetering, aanscherping behoeft. De ander, wiens mening wij niet delen, heeft ons zoveel te leren over God en de wereld.

 

Om een voorbeeld te geven. Ik krijg les van zowel conservatieve als vrijzinnige professoren, maar geen heeft zo’n diep geestelijk proces of gang gebracht als die ene vrijzinnige, die hoewel hij boeken van evangelischen voorschreef, uitriep: “Evangelischen? Beste mensen hoor, maar ik zou het echt niet kunnen!” Elke klas begon hij echter met een bijbellezing waarin ieder voor zich moest luisteren naar wat God zei: “Theologie begint met eerst God te denken”. Wat? Een vrijzinnige theoloog die met God begint en het nog meent ook? Ja dus.

 

Om het toe te passen op de dialoog tussen bijbelgetrouwe en vrijzinnige christenen: het gelijk is niet hier en ook niet daar. Het gelijk is bij God die alle menselijke definities ontstijgt. We praten vaak vol overtuiging alsof we de waarheid in pacht hebben. En het is goed een perspectief op de waarheid te bezielen en te verdedigen. Toch mogen we uiteindelijk alleen maar hopen dat de waarheid óns in pacht heeft en ondanks onze onbedachtzaamheid door ons wil spreken. Dat is meer voorrecht en genade dan eigen gelijk.

 

Zonder ons inzicht op te geven, mogen we verrijkt worden door de ander. Het sterke punt van de bijbelgetrouwe beweging is dat men verwacht dat de God van de Bijbel nog steeds spreekt en dat de opstanding van Jezus de enige hoop voor de mensheid is. Het sterke punt van meer vrijzinnige christenen is dat ze de twijfel nooit uit de weg gaan en zich druk maken om de relevantie van het geloof. De eerstgenoemde benadrukt de verticale lijn (God-mens) de laatstgenoemde de horizontale (mens-mens). Beide zijn belangrijk. Waar de één sterk is, schiet de ander te kort. Bijbelgetrouwen kunnen makkelijk de relevantie uit het oog verliezen en een gecanoniseerde Calvijn blijven herkauwen (refo’s) of heel ‘evangelisch’ er wereldgelijkvormig uit zien zonder relevant te zijn voor de maatschappij. Vrijzinnigen moeten oppassen dat de dialoog nog wel ergens over gaat. Bij de prediking van een niet-opgestane Heer is niemand gebaat.

 

Misschien moeten we eens vaker bij elkaar op de koffie gaan en, wie weet, samen bidden om de leiding van de Heilige Geest. Het buitensluiten van de ander is een ‘ik weet het beter’ en dat is dan de eigen waarheid absoluteren. Niemand heeft de volle waarheid in pacht.

Advertisements