Column for http://www.cip.nl

In het schepping versus evolutiedebat houden de schoenmakers zich niet bij de leest en dat heeft heel vervelende gevolgen voor de geloofwaardigheid van het christelijk geloof. Creationisten menen dat Genesis 1 op een of andere manier een blauwdruk vormt voor de feitelijke gebeurtenissen rondom de schepping. Ze maken twee ernstige fouten.

De eerste fout is Genesis 1 letterlijk te nemen. Wie een tekst leest, moet die tekst recht doen. Dat begint met op zijn minst te kijken naar het genre, de doelgroep, en de intentie van een tekst. Het scheppingsverhaal in Genesis is door de schrijver hoogst waarschijnlijk als een verklaring voor het bestaan en de roeping van Israel (weg uit de tuin > terug naar tuin/land) bedoeld. Genesis 1 als een wetenschappelijke tekst over de oorsprong van het heelal lezen is dus vreemd genoeg een ‘bijbelgetrouwe’ variant van de Bijbel met voeten treden. Men wil de Bijbel serieus nemen, maar draait het boek de nek om of laat het op zijn minst buikspreken. 

 

De tweede fout is dat vervolgens de verworven ‘inzichten’ worden toegepast als een mal waarbinnen men de wetenschappelijke feiten van geologie en archeologie probeert te passen. Verkeerde aannames worden aangedikt met een verkeerde methode, zeg maar. Wie écht wetenschap wil bedrijven, doet z’n best de feiten voor zich te laten spreken, probeert het spoor de volgen waar het naar toe leidt, ongeacht de conclusie. Maar in dit geval staat de conclusie al vast (want Gods Woord ‘leert’ dit of dat) en dus zijn de wetenschappelijke data ongenode gasten op een besloten theologisch feestje waar voor het goed fatsoen snel wat bedden worden opgemaakt. Men is niet geïnteresseerd in het doen van wetenschappelijke ontdekkingen, maar het in de perken houden van een steeds groter spanningsveld tussen wetenschap en theologie.

 

Natuurlijk zijn de wetenschappers die evolutie voorstaan ook niet voor de poes. Die komische arrogantie waarmee in dodelijke ernst wordt beweerd dat de wetenschap ‘bewijst’ dat God niet bestaat, is een ernstige overschatting van het eigen vermogen en dat van de wetenschappelijke data die worden geïnterpreteerd. 

 

Theologen moeten ophouden wetenschappertje te spelen (‘wetenschappelijk bewijs voor een schepping van 6 dagen!’) en wetenschappers moeten ook proberen hun mond een beetje te houden (‘er is geen god meer nodig’). Als beide groepen zich nu gewoon bezig houden met de interpretatie van hun eigen data (de Bijbel voor de theoloog en wetenschappelijke feiten voor de wetenschapper) krijgen we alles bij elkaar al een verzameling ideeën die bont genoeg is. Schoenmaker hou je bij je leest! Dat is belangrijk als het christelijk geloof relevant wil blijven in de 21ste eeuw.

Advertisements