Article written for Dutch Newspaper Reformatorisch Dagblad, June 8 2013

Is het Christelijk geloof maar een mening? Daarover zijn de meningen verdeeld. In de ogen van mensen die geen christen zijn, is dit geloof inderdaad slechts een mening, een optie, één van de vele mogelijkheden. Het zou toch getuigen van enorme arrogantie om één visie op de wereld te verheffen boven alle andere? Voor veel christenen, echter, is het geloof helemaal geen mening. Het is gebaseerd op de boodschap van Jezus zoals we die vinden in de Bijbel, Gods zelfopenbaring. Daar is niet relatiefs aan. Het gaat om absolute waarheid die normatief is voor de gehele mensheid. Hoe moeten we ons opstellen in het spanningsveld van deze twee visies?

We hebben eigenlijk te maken met twee realiteiten: die van God en die van de mens. Om duidelijkheid te creëren zullen we een metafoor gebruiken: ‘boven’ en ‘beneden’. De realiteit van God zullen we ‘boven’ en de realiteit van de mens zullen we ‘beneden’ noemen. Dit is een vereenvoudiging van de werkelijkheid, want God is ook ‘beneden’ en mensen mogen deelhebben aan ‘boven’. Boven is de plaats van waarheid, waar de dingen niet ambivalent zijn. Bij God is licht, want God is licht. Boven is de oorsprong van beneden. Alles wat beneden gebeurt, zal uiteindelijk tot z’n doel komen in boven. Beneden is de menselijke maat. Daar maken mensen de dienst uit. Daar vinden we een veelheid aan meningen. Beneden wordt gekenmerkt door pluriformiteit, beperkt weten, confrontatie tussen opinies. Beneden doen verschillende versies over boven de ronde. Het gevolg is het bestaan van allerlei godsdiensten die elkaar uitsluiten. Vanwege de onoplosbaarheid van dit soort meningsverschillen hebben velen hier beneden de buik vol van al die onbewijsbare en conflict veroorzakende claims over boven. Daarom spreken ze liever over meningen.

Leven in twee realiteiten
Boven en beneden zijn niet zomaar twee verschillende perspectieven die uitwisselbaar zijn. Aan beneden valt voor mensen niet te ontsnappen. Alle mensen leven beneden. Dat is hun beginpunt. Vandaar gaan ze op reis. Ze zijn niet in staat te beginnen waar God ‘begint’. Het is ons niet gegeven om te weten wat God weet, te kennen zoals God kent, want dan zouden we onszelf tot het middelpunt maken van de waarheid zelf. Dan zouden we onszelf tot God verheffen. We kunnen slechts de waarheid naspreken vanuit beneden. Voor zover wij een optie tot onze beschikking hebben, leven we óf uitsluitend beneden, óf in een combinatie van beneden en boven. Velen die uitsluitend beneden leven zien vaak de afwezigheid van God als één van de vele mogelijke opties waarmee het leven geleefd kan worden. Maar het is belangrijk te stellen dat zij die uitsluitend beneden leven een concept over boven hebben dat volledig gebaseerd is op wat beneden is. Om het anders te zeggen: het bestaan van God ontkennen, kan best, maar de enige god die ontkent wordt, is de god die ontkent wordt, niet de God die waarlijk leeft. De ontkenners kennen de levende God niet, hebben God nooit ontmoet, en kunnen dus alleen hun eigen godsconcept ontkennen. Deze ontkenning heeft ook een morele zijde: beneden leeft in vijandschap jegens boven; de ontmoeting met God betekent tegelijk erkenning van de menselijke verdorvenheid. Zij, echter, die God wél ontmoet hebben, leven hier beneden in het licht van boven. Voor christenen die door de wereld van boven zijn aangeraakt, is er daarom sprake van een spanningsveld. Ze maken deel uit van boven, maar leven hier beneden. Wie in Jezus Christus door God is ontmoet, beseft dat boven de oorsprong is van beneden, dat boven de maat is van beneden, dat zonder boven beneden geen kans en geen toekomst heeft. Buiten God is er niets.

Beneden spreken over boven
Ieder die God heeft ontmoet in Jezus Christus heeft tevens de opdracht om te spreken over boven. “Jullie zullen mijn getuigen zijn”. “Wees altijd bereid rekenschap af te leggen van de hoop die in je is”. Het doel van ons bestaan hier beneden is om te getuigen. Maar dat betekent niet dat wij als engelen van boven met trompetgeschal vanuit de hemel ons verhaal kunnen doen. De christen leeft hier beneden, moet hier beneden getuigen van boven, moet de taal van beneden gebruiken om de heerlijkheid van boven recht te doen, moet de beperktheid van beneden aanwenden om te wijzen op de Waarheid. Ons spreken is en blijft een spreken van beneden, ook al gaat het over boven. Dit betekent dat ons spreken dezelfde gebreken kent als al het andere spreken dat hier beneden plaatsvindt: wij kunnen niets bewijzen over boven. De realiteit van God ontstijgt het menselijk kennen zelfs wanneer wij het zijn die ervan getuigen. Zo wil God het: ons spreken blijft een menselijk, breekbaar getuigenis. Maar ook onze gesprekspartners zijn van beneden. Hoe zouden zij ons getuigenis ooit aan kunnen nemen als het een alles overweldigende vloed van boven was die de vrije keuze van de toehoorders zou wegvagen?

Het model van de incarnatie
De vraag is dus niet hoe ons spreken een absoluut spreken van boven kan worden, maar hoe ons spreken recht kan doen aan zowel de bovennatuurlijke aard van onze opdracht als het aardse, menselijke karakter van onze toehoorders beneden. En dat brengt ons bij de incarnatie: het Woord werd vlees. In Jezus kwam God tot ons, werd één van ons. Jezus sprak woorden die van boven kwamen maar Hij deed dat in de taal van beneden. Hij liet toe dat zijn boodschap als ‘slechts een mening’ werd verworpen. Hij verzette zich niet toen deze ‘mening’ als gevaar werd beschouwd en leidde tot zijn dood. Hij bewees niet dat Hij de Zoon van God was, maar getuigde van zijn Vader, deed de werken van zijn Vader, sprak als de Waarheid de waarheid.
Nadenkend over hoe wij hier beneden verantwoord kunnen spreken over boven, mogen wij, die—in tegenstelling tot Jezus die van boven kwam—toch echt van beneden zijn, als Jezus getuigen en handelen. Dit is erg relevant wanneer we letten op hoe de meningen verdeeld zijn in onze postmoderne wereld vandaag. Met besef van onze eigen tekortkomingen spreken we in nederigheid. Liefde moet onze drijfveer zijn en vertaald worden naar integriteit in ons spreken en authenticiteit in ons handelen. Wanneer wij de waarheid doen hier beneden, zullen mensen willen luisteren naar wat wij te zeggen hebben over wat boven is en mogen wij erop vertrouwen dat de Geest ons getuigenis kracht geeft. Die kracht, echter, is aanwezig in onze zwakheid en beperktheid en heft deze niet op. Is het christelijk geloof maar een mening? Nee! Jezus is de Weg, de Waarheid, en het Leven. Maar temidden van de veelheid aan meningen hier beneden zullen wij, net zoals Jezus dat deed, authentiek getuigenis af moeten leggen over wat boven is.

Advertisements