I wrote this article for Dutch newspaper Reformatorisch Dagblad in May 2010. While my opinion concerning the relevance of the arguments for God’s existence has radically changed, I still consider this article meaningful. It represents a position that is still widely held in evangelicalism.

In de afgelopen honderd jaar is de kennis over het heelal gigantisch toegenomen. Fysici hebben geprobeerd te berekenen en te begrijpen hoe het heelal in elkaar zit, terwijl astronomen zich bogen over hoe we meer en betere data konden krijgen en hoe we die dan moesten interpreteren. Het resultaat mag werkelijk verbluffend genoemd worden. Maar is in het heelal zoals we dat nu kennen God nog wel terug te vinden zoals vroeger veel filosofen en theologen meenden te kunnen doen? Het antwoord is ja. Het heelal is één groot argument voor het bestaan van God. Vandaag de dag kunnen we, ondanks – of beter dankzij – de toegenomen kennis van het heelal gerust zeggen dat het argument alleen maar overtuigender is geworden.

Een stukje geschiedenis

Het kosmologische godsbewijs gaat terug op de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 v. Chr.). Hij observeerde dat alle dingen, veroorzaakt worden door iets anders: elk gevolg heeft een oorzaak, net zo goed als elke oorzaak weer zijn oorzaak heeft. Om een voorbeeld te geven, wijn wordt veroorzaakt door de gisting van druiven. Druiven worden veroorzaakt door de rank. De rank is geplant door een wijnboer… en ga zo maar door. [kort voorbeeld] Deze keten van oorzaak en gevolg kan niet oneindig teruggaan, redeneerde Aristoteles. Daarom moet er een absoluut begin zijn, een eerste oorzaak die zelf niet veroorzaakt is: De Onbewogen Eerste Beweger. Deze Beweger lijkt in de verste verte niet op de God van de Bijbel, maar een basiswaarheid was ontdekt.

Voor de middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) was Aristoteles een groot voorbeeld. Hij integreerde veel van het gedachtegoed van “de Filosoof” (zoals hij Aristoteles aanduidde) in zijn theologisch systeem. Dat komt goed naar voren in zijn ‘Vijf Wegen.’ Dat zijn vijf argumenten voor het bestaan van God. In drie daarvan past hij op verschillende manieren hetzelfde kosmologisch godsbewijs.

De Big Bang

In de middeleeuwen was er nog een versie  van het kosmologisch godsbewijs, het zgn. kalam argument. Dat was ontwikkeld door Al-Ghazali (1058-1111), een islamitische geleerde. Hij onderscheidde zich van Aquino doordat hij niet concludeerde dat God bestaat, maar gewoon, dat de wereld een begin moet hebben. Filosofie en wetenschap hebben sinds de middeleeuwen natuurlijk niet stilgezeten en hoewel dit godsbewijs nog steeds steek houdt, moet er nu meer gebeuren om te overtuigen. De Amerikaanse apologeet William Lane Craig heeft in de afgelopen decennia onderzoek gedaan naar de kalam redenering en het nieuw leven ingeblazen, met interessante resultaten als gevolg.

Het kalam argument bestaat samengevat uit twee stellingen en een conclusie:

1. Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak

2. Het universum is begonnen te bestaan

3. Daarom heeft het universum een oorzaak

Het valt meteen op dat deze redenering geen verwijzing naar God biedt. Dat lijkt een zwaktebod. Het tegenovergestelde is echter waar. Als gelovigen het eens kunnen worden met niet-gelovigen over de juistheid van deze redenering, vloeien er ineens een heleboel boeiende consequenties uit voort.

Laten we eerst eens kijken naar de twee stellingen. Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak. Dit lijkt een vrij algemeen aanvaarde stelling die maar door weinigen wordt betwijfeld. We voelen intuïtief aan dat het waar is; we kunnen eigenlijk niet anders denken. Zelfs mensen die graag willen beweren dat alles uit niets voortkomt, hebben de neiging dat ‘niets’ als een ‘iets’ te zien.

Kijken we naar stelling 2, dan wordt het lastiger. Misschien heeft het heelal wél altijd bestaan; misschien is materie wél eeuwig. Wie zal het zeggen? Thomas dacht er bijvoorbeeld zo over. Craig wijst echter op twee wegen waarlangs bewezen kan worden dat de kosmos een begin heeft.

De eerste weg is die van de opeenstapeling van wetenschappelijke bewijzen voor de Big Bang (dit heeft overigens niets met de evolutietheorie te maken). Sinds in 1929 door de arbeid van Le Maître, Einstein en Hubble de ontdekking werd gedaan dat het heelal voortkwam uit een oneindig klein beginpunt, hebben de bewijzen zich opgestapeld dat materie, tijd en ruimte letterlijk een absoluut begin hebben. Veel wetenschappers waren niet blij met deze bevinding, omdat het leek te wijzen op het bestaan van God.

De tweede weg is een filosofische. Craig maakt hierbij gebruik van wiskundige inzichten in berekeningen met het fictieve getal oneindig. Als je van het getal oneindig alle even getallen zou aftrekken, heb je nog steeds het getal oneindig over. Rekenen lukt ineens niet meer. Verder is het zo, dat als het heelal oneindig oud is, het heden nooit bereikt zou kunnen worden. En toch zijn we hier. Met andere woorden: een oneindig heelal verhoudt zich niet tot de ons bekende wetten van de logica. Daarom is het op logische gronden nodig te stellen dat het heelal niet oneindig oud is. Voeg dat bij het reeds voor handen zijnde wetenschappelijke bewijs (de eerste stelling) en je krijgt een heel sterk argument voor het begin van de kosmos.

Het ene begin is het andere niet

Daar zijn we dan. Het universum heeft een begin. En dan? Wat zou dat? Wat heeft dat met God te maken? Eigenlijk heel veel. We hebben hiervoor reeds gesteld dat alles wat begint te bestaan een oorzaak heeft. De kosmos heeft dus een oorzaak.

Vervolgens kunnen we kijken welke kenmerken zo’n oorzaak van het heelal moet hebben. Om te beginnen bezit deze oorzaak zeer veel macht. Verder moet deze oorzaak immaterieel zijn en buiten tijd en ruimte staan. De Big Bang theorie vertelt ons namelijk dat er vóór het heelal geen tijd of ruimte of materie was. Dus de oorzaak kan door geen van deze drie gekenmerkt worden. Dat is nogal wat. We kunnen net zo goed zeggen dat die oorzaak geestelijk en eeuwig is. Verder moet deze oorzaak een vrije wil bezitten. Als dat niet zo zou zijn, dan was deze oorzaak statisch, d.w.z. altijd operatief. Dat zou betekenen dat het heelal er juist wél samen met zijn oorzaak altijd is geweest. Maar we weten juist dat het heelal er niet altijd was. De oorzaak moet dus een beslissing genomen hebben om het heelal te veroorzaken. Maar wat kan alleen een vrije wil bezitten dan een persoon?

Wanneer we al deze kenmerken eens op een rijtje zetten, zien we dat deze eeuwige, geestelijke en zeer machtige persoon een opmerkelijke overeenkomst vertoont met de God van de Bijbel. Hij heeft niet alle kenmerken van de God die zich in de Schrift aan ons openbaart, maar dat is ook niet nodig. Geen enkel godsbewijs probeert alles over God te bewijzen wat maar mogelijk is. Elk klein stukje van Gods grootheid is, goed beargumenteerd, genoeg om mensen aan het denken te zetten.

Advertisements