I wrote this article for Dutch newspaper Reformatorisch Dagblad in September 2010. While my opinion concerning the relevance of the arguments for God’s existence has radically changed, I still consider this article meaningful. It represents a position that is still widely held in evangelicalism.

Jaren geleden las ik een boek waarin de schrijver uitlegde hoe bijzonder de mens ‘in elkaar zit.’ Net als een camera uit allerlei onderdelen bestaat die in hun samenstelling tot doel hebben een functionerende camera te zijn, zo bestaat de mens uit allerlei ‘onderdelen’ om hem mens te laten zijn. Alleen het wonderlijke aan de mens is dat daar niet in directe zin een intelligentie aan te pas komt zoals bij de camera het geval is. Nee, de mens komt voort uit een eencellige structuur die in zichzelf alle doelmatigheid bezit om uit te groeien tot een mens, die op zijn beurt de doelmatigheid bezit om als mens te handelen. Een dubbele doelmatigheid dus. Het ene celletje waarmee het menseljk leven begint, kent een tweevoudig doel voor zijn bestaan: te groeien én – eenmaal volgroeid – te functioneren. Waar wij het als vanzelfsprekend beschouwen dat de camera niet vanzelf ontstaat, is dat bij de mens daarom helemaal ondenkbaar. De mens is niet voor te stellen zonder een intelligente bedenker die de mens een dubbele doelmatigheid meegaf.

Ik was enthousiast en ben dat nog steeds. Want, zoals Michael Behe, een microbioloog die over dit onderwerp gepubliceerd heeft, zegt: ‘met de enorme vooruitgang in de wetenschap, wordt het moleculaire fundament van het leven niet minder complex dan tien jaar geleden; het wordt juist exponentieel complexer. En met die toenemende complexiteit wordt het argument voor intelligent ontwerp ook exponentieel sterker’ (Darwin’s Black Box, p. 256).

Wanneer we spreken over doelmatigheid in de natuur, hebben we het over het teleologische argument voor het bestaan van God. Teleologie komt van het Griekse ‘telos’ dat ‘doel’ betekent; teleologie is de bestudering van de doelmatigheid van dingen.

Korte geschiedenis

William Paley ontwikkelde in de 18de eeuw zijn ‘horloge argument’ waarin hij stelde dat wanneer iemand een horloge zou vinden in de natuur, nadere bestudering van het object automatisch zou leiden tot de conclusie dat iemand dat ding ontworpen heeft. Hoewel Paley’s argument niet langer algemeen aanvaard wordt, is eind jaren 80 het ontwerpargument nieuw leven ingeblazen met de Intelligent Design (ID) beweging. Deze beweging ontstond tegen de achtergrond van de controverse in het creationistische kamp over de vraag of de aarde nu jong of heel oud is. Vanwege die controverse was het creationisme niet effectief genoeg in de strijd tegen de evolutietheorie. De nieuwe ID beweging besloot zich niet bezig te houden met het leggen van de puzzel van het menselijk ontstaan, maar zich in plaats daarvan te concentreren op maar één argument: de wereld zit te complex in elkaar om aan te nemen dat alles, het leven zowel als de kosmos, macro- zowel als microstructuren, zomaar door de blinde krachten van de natuur (toeval, natuurlijke selectie, etc.) zouden zijn ontstaan. Hoe het leven ontstaan is en zich ontwikkeld heeft, weten we misschien niet, maar toeval is onwaarschijnlijk. Deze ID beweging heeft zo heel moderne en specifieke versies geleverd van het teleologische bewijs voor het bestaan van God. Met behulp van inzichten in informatieleer, microbiologie en astronomie hebben de voorstanders gekeken naar de heel erg kleine dingen (cellen) en de heel erg grote dingen (het heelal) in onze wereld en geconstateerd dat die zodanig in elkaar zitten dat er intelligent ontwerp acher moet zitten. Omdat deze beweging de belangrijkste leverancier is van het teleologisch godsbewijs, is spreken over teleologie op dit moment vrijwel synoniem aan spreken over de ID beweging.

De ID beweging

In de ID beweging staan enkele concepten aan de basis van het teleologisch argument. Een daarvan is niet-reduceerbare complexiteit. Bepaalde organismen zitten zodanig complex in elkaar dat ze nooit vanzelf zouden kunnen ontwikkelen. Een goed voorbeeld zijn bacteriën met  flagella. Een flagellum is een soort propellor gemaakt van proteïnen. Het is alleen deze specifieke samenstelling van proteïnen die voortbeweging mogelijk maakt, zodanig dat de gedachte van een geleidelijke ontwikkeling langs vele stadia (zoals bij de evolutieleer het geval zou moeten zijn) eenvoudigweg ondenkbaar is. Neem een onderdeel weg of verander het en het hele organisme kan niet functioneren. M.a.w. in het evolutionaire proces zou er geen aanleiding geweest zijn om die ontwikkeling in te zetten, omdat elk stadium op weg naar het eindpunt van de flagellum een zinloze is in evolutionair opzicht. Een ander ID concept is dat van complex gespecificeerde informatie (CGI). Je komt in de natuur vele voorbeelden tegen van complexe structuren. Die bevatten echter nog geen informatie. Daar echter waar blijkt dat de complexiteit samengaat met specifieke informatie (bijvoorbeeld het dna) kan er moeilijk sprake zijn van toeval. Immers alle gevallen van CGI die wij in deze wereld kennen (bijvoorbeeld taal of machines), zijn het resultaat van intelligentie. Een derde concept wordt gebezigd door hen die het heelal bestuderen. Vele specifieke condities zijn gevonden zonder welke geen leven in het universum mogelijk is. De kans dat het universum door toeval al die condities zou vervullen is uitermate klein. Volgens sommigen een kans van 1:10320. Dat is een astronomisch kleine kans. Zo klein dat het logischer is te spreken over een nauwkeurig afgestemd universum.

Controverse

Nu wordt de ID beweging hard tegengesproken. Het zou niet om echte wetenschap gaan, omdat de beweging geen goede wetenschappelijke methode hanteert. Maar is die aantijging terecht? Iemand die complexe biologische structuren onderzoekt en concludeert dat die het resultaat zijn van intelligent ontwerp, heeft minstens evenveel recht van spreken als iemand die homologische overeenkomsten onderzoekt bij fossielen van verschillende diersoorten en concludeert dat ze evolutionair aan elkaar verwant zijn. Waarom zou het ene wetenschappelijk genoemd kunnen worden en het andere niet? ID-ers hanteren een duidelijke onderzoeksmethode. Ze observeren dat intelligentie complexiteit en gespecificeerde informatie produceert. Ze bezigen de hypothese dat indien het leven het gevolg is van intelligentie, diezelfde complexiteit en informatie terug te vinden moeten zijn als wij in taal en machines tegenkomen. En ja hoor, het onderzoeksexperiment resulteert in de ontdekking van ‘machine-achtige’ structuren in de natuur die gespecificeerde en complexe informatie bevatten. Dit leidt vervolgens tot de terechte conclusie van intelligent ontwerp, omdat wij nu eenmaal geen andere oorzaak tegenkomen van dit soort informatie en complexiteit. Trouwens, als – zoals aartsevolutionist Richard Dawkins toegeeft – de ‘illusie van doelmatigheid’ zo sterk is dat biologen het als een stuk gereedschap in hun onderzoek gebruiken, ligt het dan niet voor de hand om je af te vragen of de illusie misschien helemaal geen illusie is?

Evaluatie

Voor de schrijvers van de Bijbel was het in ieder geval een uitgemaakte zaak dat de schepping in haar schoonheid en grootheid een heenwijzing oplevert naar de God die haar geschapen heeft (vgl. Psalm 8:3-4). Ook bij Paulus weerklinkt dit inzicht (Romeinen 1:20). Vanuit Bijbels oogpunt lijkt het me dan ook niet meer dan terecht wanneer ID-ers naar niet-reduceerbare complexiteit, gespecificeerde informatie en nauwkeurige afstemming wijzen als voorbeelden van deze schoonheid en grootheid. Maar ook wetenschappelijk gezien is er geen reden om de ID beweging als inferieur te beschouwen.

Advertisements